De eerste Graman van de Aucaners.
Bron: PIkien Santi Academy
De eerste Granman van de Aucaners (ook bekend als de Ndyuka) was Fabi Labi (ook geschreven als Labi).
Hij was het opperhoofd dat in 1760 het historische vredesverdrag met het Nederlandse koloniale bestuur sloot, waarmee de onafhankelijkheid van de Aucaners officieel werd erkend.
Historische Context
Vredesverdrag van 1760: Onder leiding van Fabi Labi sloten de Aucaners op 10 oktober 1760 vrede met de Europeanen bij de Juka-kreek. Dit was het eerste formele verdrag tussen een Marron-gemeenschap en het koloniale gezag in Suriname.
Opvolging: De titel van Granman (of gaanman) wordt binnen de Aucaanse samenleving via de moederlijke lijn (matrilineair) doorgegeven, vaak binnen de Otoo-lo (clan).
Recente Granmans
Ter vergelijking zijn hier enkele bekende recente leiders van de Aucaners:
Bono Velantie: De huidige Granman (sinds 2015).
Gazon Matodja: Een van de langstzittende en meest gerespecteerde leiders (1966–2011).
Akontu Velanti: De voorganger van Gazon Matodja (1950–1964).
Hoewel haar naam in algemene bronnen niet direct naast die van Fabi Labi staat, zijn er wel invloedrijke vrouwen uit die periode bekend:
Ma Dona: Zij was een zeer belangrijke figuur in de 18e eeuw en wordt in archieven uit 1771 de "stampriesteres" van de Ndyuka genoemd. Zij was de moeder van de latere Granman Pambu (de vijfde Granman) en Ma Cato.
Ma Cato: Een andere prominente vrouw uit de vroege geschiedenis van de Aucaners, die nauwe banden had met de vroege leiders. n de traditie van de Aucaners is de identiteit van de moeder van de Granman historisch gezien vaak belangrijker voor de legitimiteit van zijn positie dan die van zijn vrouw.
In de geschiedschrijving over de Aucaners wordt de naam van de echtgenote van de eerste Granman, Fabi Labi, zelden expliciet vermeld als een enkel historisch feit. Dit komt doordat de marronsamenleving matrilineair is georganiseerd: de afstamming en erfopvolging van de Granman lopen via de vrouwelijke lijn van zijn eigen familie (zijn moeder en zussen), in plaats van via zijn echtgenote.
In de beschikbare historische bronnen en orale tradities wordt het exacte aantal kinderen van Fabi Labi, de eerste Granman van de Aucaners, niet specifiek vermeld.
Dit gebrek aan gedetailleerde informatie over zijn directe gezin heeft een duidelijke reden binnen de Aucaanse cultuur:
Matrilineaire opvolging: Bij de Aucaners (Ndyuka) is de erfopvolging matrilineair.
Dit betekent dat de positie van Granman niet overgaat van vader op zoon, maar via de vrouwelijke lijn (bijvoorbeeld naar een neef, de zoon van een zus). Hierdoor ligt de historische focus in kronieken en stambomen op de moeder en zussen van de Granman, in plaats van op zijn eigen echtgenotes of biologische kinderen.
Focus op politieke rol: De geschiedschrijving over Fabi Labi concentreert zich voornamelijk op zijn rol als staatsman en leider van de Dikan-lo.
Orale overlevering: Veel details over het persoonlijke leven van vroege Marronleiders zijn bewaard gebleven via mondelinge overlevering binnen specifieke lo's (clans), maar deze details (zoals het exacte aantal kinderen) worden zelden in algemene historische publicaties vastgelegd.
Hoewel zijn directe nakomelingen niet bij naam of aantal in de geschiedenisboeken staan, is zijn nalatenschap als stichter van het onafhankelijke Aucaanse gezag tot op de dag van vandaag de basis voor de stam.      
May be an image of clarinet and saxophone
May be an image of one or more people and crowd


May be an image of one or more people and people smiling
Wie was Boston Band of Adyako Benti ?
In de mondelinge overlevering is hij bekend gebleven en wordt hij hooggewaardeerd als ‘stamouder’, verzetsstrijder, schrijvende ex-slaaf en initiatiefnemer van de vrede. Boston arriveerde vermoedelijk na het jaar 1749 in Suriname en stierf in 1766. In het midden van de 18e eeuw werd hij één van de leiders van rebellerende slaven in Oost-Suriname.
Hij kon lezen en schrijven en werd de kapitein bij de Marrons (gevluchte slaven). Boston heeft door zijn correspondentie met het koloniaal bestuur in Suriname de vrede tussen dat bestuur en de Marrons in het oosten van dat land bewerkstelligd en vorm gegeven. Hij schreef ongeveer achttien brieven, voornamelijk aan het bestuur in Paramaribo gericht. De brieven van Boston zijn uniek, enerzijds omdat ze in het midden van de 18e eeuw door een (ex-)slaaf zijn geschreven, in een periode waarin tot slaafgemaakten niet of nauwelijks schreven of het hen zelfs verboden was te leren lezen en schrijven.
May be a doodle
Deze brieven zijn van grote betekenis in de historiografie van de slavernij omdat heel weinig schriftelijke getuigenissen uit boven genoemde periode zijn overgeleverd.
Het is bijzonder dat gebeurtenissen in de geschiedenis van de slavernij en verhoudingen met de slavenhouder of kolonisator ook vanuit het perspectief van een Marron worden belicht. Uit de briefwisseling blijkt dat in de periode tussen 1757 en 1763 Boston zijn stempel heeft gedrukt op de verhouding tussen het bestuur en gevluchte slaven in Suriname.
Met de brieven van Boston wordt aan de bestaande publicaties over de Marrons het perspectief van een tijdgenoot, ex-slaaf en Marron zelf, toegevoegd.